Diverse lighoudingen

LighoudingenVoor een goede nachtrust en het ontspannen van skelet en spieren is het nodig dat het lichaam over de gehele opppervlakte gelijkmatig gedragen wordt in een houding die de natuurlijke krommingen van de rug ondersteunt.
Algemeen wordt aangenomen dat de ideale houding 's nachts deze is waarbij de wervelkolom in zijligging recht ligt. In rugligging dient het lichaam zo gedragen te worden dat de natuurlijke S-vormige kromming behouden blijft.
Hoe harder het ligvlak is, hoe meer weerstand het biedt tegen indrukking. De hardheid van het ligvlak bepaalt de druk die het achterhoofd, de schouderbladen, de lenden en vooral het bekken en de hielen tijdens het slapen ondervinden.
Een te grote hardheid kan op die plaatsen overbelastings-verschijnselen doen ontstaan, waardoor men genoodzaakt is voortdurend anders te gaan liggen. Dat komt zowel bij magere als bij kleine, zware mensen voor.

Rugligging
Voor een afzonderlijke ondersteuning van het hoofd is een kussen nodig De dikte van het kussen is best evenredig met de kromming van de rug, hoe krommer hoe dikker. Een te dik kussen brengt een knik in de wervelkolom teweeg. Ook een te hard kussen veroorzaakt een knik. Bovendien wordt in een dergelijk geval een te grote drukkracht op het achterhoofd verwekt. Het kussen moet bijgevolg vervormbaar zijn en zowel het achterhoofd als de nek ondersteunen.
In rugligging kan de natuurlijke S-kromming van de wervelkolom in de lenden-bekken streek toenemen door de verkorting van de heupbuigers. Deze spieren verbinden de lendenwervelkolom met het dijbeen. Door verkorting van deze spieren wordt de wervelkolom in rugligging hol getrokken, wat pijn kan veroorzaken. De meest natuurlijke kromming van de lendenwervelkolom kan men behouden als de romp en het dijbeen een hoek van 135° vormen. Dat bereikt men wanneer het bed in het midden doorzakt of wanneer men in zijligging slaapt).

Conformerend gedrag van traagschuimZijligging
Het hoofd en de halswervelkolom mogen niet afhangen, wat in zijligging het geval kan zijn als de schouders relatief breed zijn. Om dat te vermijden dient een hoofdkussen de nek en het hoofd zo te ondersteunen dat de zijwaartse afbuiging binnen de perken blijft.
De wervelkolom mag tussen de schouders en het bekken niet doorhangen, wat bij een smalle taille en relatief brede schouders en bekken het geval kan zijn. Het doorhangen van het laagste deel van de borst en lendenwervelkolom kan pijn veroorzaken. Bij personen met een wespentaille dienen de matras en de matrasdrager ter hoogte van de schouders, het bekken en de dijbenen dieper in te veren. Hoe groter de lokale inzakking is, des te beter de wervelkolom horizontaal blijft.

Buikligging
In buikligging wordt de wervelkolom in de nek zwaar belast als gevolg van de sterke draaiing van het hoofd naar links of rechts. Deze rotatie is nodig om vrij te kunnen ademen. Die slaaphouding met een gedraaid hoofd brengt vaak nek- en hoofdpijn teweeg. Om het slapen op de buik af te leren kan men op het pyjamajasje aan de voorzijde dikke drukknopen of een klein balletje in een zakje aanbrengen. Deze zorgen in buikligging voor voldoende ongemak zodat de slaper opnieuw op de zijde of op de rug zal gaan liggen, wat bij goede ondersteuning voor de nek veel minder belastend is.